OCMW weigert tot inzicht te komen over afbraak oude rusthuis

In de OCMW-raad heeft het bestuur (CD&V / N-VA), samen met Hoogstraten Leeft beslist om in beroep te gaan tegen de weigering van de dienst stedenbouw om het oude rusthuis te slopen. Door in beroep te gaan, dreigt de bouw van de nieuwe assistentiewoningen nog langer op zich te laten wachten en betaalt de Hoogstraatse burger de rekening van deze procedureslag.

Het was van meet af aan duidelijk dat de meerderheid een koele minnaar was van het H-gebouw en dat ze dit gebouw het liefst zagen afgebroken worden. Bang om de publieke opinie over zich heen te krijgen, werden drie aannemers aangeduid die carte blanche kregen en zelf mochten beslissen of het rusthuis moest gesloopt, dan wel (al dan niet gedeeltelijk) gerenoveerd worden.

Het kwam dan ook niet helemaal als een verrassing toen in de OCMW-raad van juli 2017 werd gekozen voor het ontwerp van Van Roey dat koos voor afbraak en volledige nieuwbouw. Deze beslissing werd gesteund door alle partijen behalve door anders.

En daar hadden we alle redenen toe. Het project van Van Roey scoorde het minst goed op gebruiksvriendelijkheid, functionaliteit, technisch concept, duurzaamheid én architecturaal ontwerp. Het ‘minst goede’ project werd dus gekozen, enkel en alleen omdat de vooropgestelde kostprijs het laagst was.

En men hàd beter moeten weten. Al zes jaar ondertussen staat het oude rusthuis te verkommeren. In 2011 werd reeds duidelijk dat het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid nooit een akkoord zou geven voor de afbraak van het rusthuis. Hun visie is steeds duidelijk geweest zoals we kunnen lezen in hun schriftelijk advies van mei 2013:

Voor ons is het behoud van het gebouw van primordiaal belang vanwege de erfgoedwaarden die ermee verbonden zijn. Dit betekent niet dat er in het kader van dat behoud geen wijzigingen aan het gebouw kunnen uitgevoerd worden (…) De taak van de ontwerper zou onzes inziens zijn om een project voor te stellen, waarbij een afweging gebeurt tussen enerzijds de erfgoedwaarden en anderzijds de noodzakelijke ingrepen om het gebouw te kunnen laten voortbestaan en een zinvolle invulling te geven.

Je kan hen moeilijk verwijten niet te willen meedenken in een nieuw concept, tijdens de overlegmomenten met het OCMW-bestuur werden immers heel wat voorstellen en mogelijkheden geformuleerd.

Het had dus duidelijk moeten zijn dat er nooit een goedkeuring voor afbraak zou worden afgeleverd, maar toch bleef het bestuur al die jaren halsstarrig vasthouden aan de afbraakpiste. En daar hebben wij als anders al die jaren voor gewaarschuwd. Dat het stadsbestuur nu het deksel op de neus krijgt, heeft het enkel en alleen aan zichzelf te danken en het hardnekkige weigeren om in te gaan op de voorwaarden die door de Vlaamse Overheid werden opgelegd. En bovendien hebben zowel het OCMW-bestuur als de projectontwikkelaar feestelijk hun voeten geveegd aan de, door het bestuur zélf, opgelegde gunningsleidraad om aan het bestek een advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed toe te voegen. En als klap op de vuurpijl legde het bestuur de negatieve adviezen van de eigen administratieve diensten (Stedenbouwkundige dienst en Museum) naast zich neer.

Dat het stadsbestuur in beroep gaat tegen de beslissing van de Vlaamse Overheid is voor ons onbegrijpelijk. Tijdens de OCMW-raad werd er geen enkel nieuw argument aan het dossier toegevoegd. In de pers wordt gewag gemaakt van nieuwe studies met extra toelichting om de, volgens het bestuur feitelijke onjuistheden, te weerleggen. In het dossier was er echter geen spoor van deze ‘nieuwe argumenten’.

De kans dat deze beslissing zal worden teruggedraaid is dus heel klein, zo niet onbestaande. Bovendien kan deze beroepsprocedure jaren in beslag nemen en kan men ondertussen niét beginnen met de werken en dus de bouw van de broodnodige assistentiewoningen. Om nog te zwijgen van de kosten die deze procedure met zich meebrengt en waar de Hoogstraatse burger voor moet opdraaien.

Voor anders is het duidelijk: Hoogstraten moet zich neerleggen bij de beslissing van de Vlaamse Overheid en zo snel mogelijk aan de slag gaan met een nieuwe aanbesteding voor een zorgcampus, met de voorwaarden zoals geformuleerd door Erfgoed. Dit is de beste en snelste oplossing om te zorgen voor een kwalitatief en duurzaam ‘Gastenhuys’.

Dat de bouw van de zorgcampus en assistentiewoningen vertraging oploopt is niet de schuld van zij die hiervoor al die tijd gewaarschuwd hebben, maar wél van het stadsbestuur dat al die jaren weigerde tot inzicht te komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *